|
|||||||||
| |||||||||
|
· Achtergrondinformatie: Het Nederlandse waddengebied is van groot internationaal belang voor 30 trekvogelsoorten en een prachtig gebied waarover iedereen die het ooit bezocht heeft het eens zal zijn dat het het beschermen waard is. Het is de laatste Nederlandse wildernis waar nog ruimte is voor grote hoeveelheden unieke vogelsoorten, schelpdieren, vissen, wormachtigen, en zeldzame planten zoals zeegras. · Bescherming De Nederlandse regering heeft door het meewerken aan en zelfs het initiëren van allerlei internationale verdragen en afspraken (oa de RAMSAR conventie, EU Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) de verantwoordelijkheid voor het ecologische welzijn van dit Nederlandse natuurgebied op zich genomen. Echter, ondanks deze afspraken en wetten geeft dezelfde overheid keer op keer ontheffingen of vergunningen af aan mechanische schelpdiervissers en onttrekt zich daarmee aan haar verantwoordelijkheden. En dat terwijl er al jaren dreigende geluiden komen op grond van waarnemingen in dit laatste stuk wildernis in Nederland. · Wetenschappelijk bewijs Gedegen onderzoek door zowel Nederlandse als buitenlandse wetenschappers heeft aangetoond dat het steeds opnieuw omwoelen van wad- en andere zeebodems door de enorme zuigslurven van de mechanische schelpdierschepen tot drastische afname van de biodiversiteit leidt waarvan het vele jaren duurt om te herstellen. Door het mechanisch wegvissen van kokkels worden enorme sporen achtergelaten in de wadbodem, die maanden of zelfs jaren na het bevissen nog zichtbaar zijn (er zijn met een vlieger fotos gemaakt van deze enorme sporen, vlak na het vissen afgelopen winter, en deze waren in het voorjaar nog steeds duidelijk zichtbaar). Dit effect van de visserij lijkt misschien nogal voor de hand liggend, maar toch worden de onderzoeksresultaten en verontrustende signalen door Nederlandse beleidsambtenaren stelselmatig genegeerd, met als excuus dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor een schadelijk effect van de schelpdiervisserij. Zo kregen de Nederlandse kokkelvissers begin juli dit jaar alweer vergunning van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) vergunning gekregen om zon 75% van het oppervlakte van het Nederlandse waddengebied leeg te vissen. In hun overwegingen in de vergunning durft LNV letterlijk vast te stellen dat: "....het spoor van ongeveer 3 tot 5 cm diepte dat tijdens het vissen wordt getrokken afhankelijk van de lokale omstandigheden- na enige tijd niet meer zichtbaar is." LNV beroept zich op, in het voorgenoemde voorbeeld, (studenten)rapporten van discutabele kwaliteit die in opdracht van de schelpdier-sector zijn opgesteld, om te stellen dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is dat de schelpdiervisserij de reden van veel van de problemen in de Waddenzee is. · Sterfte onder Eidereenden Verder vond er afgelopen winter en voorjaar een massale sterfte onder Eidereenden plaats; duizenden vogels zijn gestorven en de Nederlandse kust lag vol met dode of stervende dieren. Een ecologische ramp als deze heeft zich in geen jaren in Nederland voorgedaan. De gemeente Texel heeft zelfs naar aanleiding van klachten van de toeristen besloten om de dode eenden met vrachtwagens tegelijk van het strand te ruimen. Na twee bijeenkomsten over dit probleem zijn de experts op dit gebied het er allemaal over eens dat de oorzaak van de Eidersterfte voedselgebrek is. De Eidereenden zijn allemaal tot op het bot vermagerd en hebben normale hoeveelheden darmparasieten. In de vergunning aan de kokkelvissers wordt echter letterlijk door het LNV gezegd dat er eind november door het RijksInstituut Visserij Onderzoek (RIVO) is vastgesteld dat er nog genoeg schelpdieren in de Waddenzee aanwezig waren voor de eiders en scholeksters, zodat voedselgebrek niet de oorzaak kan zijn. De redenaties die in de vergunning worden gebruikt zijn echter gewoon fout. De onbevisbare (en dus voor vogels gereserveerde) hoeveelheid kokkelvlees in de voor de visserij gesloten gebieden wordt simpelweg gedeeld door de voedselbehoefte van de aanwezige scholeksters en eidereenden. Echter, een groot gedeelte van deze gereserveerde kokkels is niet beschikbaar voor Eidereenden, omdat ze te groot (en dus niet doorslikbaar), te klein (en het dus meer energie kost om ze op te duiken dan ze er aan vlees uit kunnen halen), van onvoldoende kwaliteit (vertering van het vlees kost meer dan het oplevert), of te diep ingegraven (en dus onbereikbaar) in het zand zitten. Verder stijgt de voedselbehoefte van vogels in de winter aanzienlijk, terwijl dan juist het voedsel aanbod verminderd. Ook hier wordt geen rekening mee gehouden. Bovendien is na het komende visseizoen de hoeveelheid aanwezige kokkels aanwezig op slechts 25% van het totale oppervlak van het waddengebied. Iedere ecoloog en elk nadenkend mens ziet in dat het onmogelijk is voor de vogels om met zijn allen op dit relatief kleine gebied hun voedsel te verkrijgen, zonder dat er directe concurrentie plaatsvindt. Met al dit soort overwegingen wordt totaal geen rekening gehouden, terwijl ze cruciaal zijn voor de hoeveelheid voedsel die beschikbaar is voor wadvogels. Kortom, er is veel onenigheid over hoeveel "kokkelvlees beschikbaar gesteld moet worden" voor vogels, en er is nog een hoop onbekend over de voedselbehoeften van wadvogels. · Waddenzee is natuurgebied Bovendien houdt de regering slechts rekening met 2 vogelsoorten van de vele soorten die van de Waddenzee afhankelijk zijn, laat staan dat alle andere natuurwaarden in overweging worden genomen. De complexiteit van het ecosysteem maakt het vaak moeilijk om als wetenschapper sluitende conclusies te trekken. Maar, is dat überhaupt nodig als het om een beschermd natuurgebied gaat waar het voorzorgsbeginsel van kracht is en de stranden vol liggen met dode Eidereenden en de populatie Scholeksters al jaren achteruitgaat?? Zelfs al zou er nog onzekerheid bestaan over de rol die de schelpdiervisserij heeft in de sterfte van deze vogels (terwijl inmiddels alle betrokken wetenschappers het er over eens zijn dat de Eidereenden gestorven zijn aan voedselgebrek), het zal in ieder geval weinig goed doen en we kunnen beter het zekere voor het onzekere nemen. Sterker nog, de Nederlandse overheid is verplicht om dat te doen, want in de vergunningen aan schelpdiervissers wordt keer op keer het voorzorgsbeginsel gehanteerd. Dat betekent dat bij enige twijfel het belang van de natuur voorrang zou moeten krijgen in een erkend natuurgebied als de Waddenzee. De schelpdiervisserij zou dus moeten aantonen dat ze kunnen vissen zonder schade aan het ecosysteem te berokkenen voordat ze hun gang kunnen gaan, in plaats van dat de overheid wetenschappelijke instituten laat uitvechten over de omvang van de schade door de schelpdiervisserij, en dure congressen organiseert om rustig verder te praten terwijl tegelijkertijd een prachtig natuurgebied langzaam in een soort van ecologische woestijn verandert.
| |||||||||